Database Variabele Instellingen

Datum: 2019-03-21
Versie: 1.0

Database Variabele Instellingen module

Ga via het hoofdmenu naar Systeem >> Database variabele instellingen

In deze module kunnen klassen en hun attributen beheerd worden. Hiermee kunnen maatwerkvelden aangemaakt worden, die gebruikt kunnen worden. Bij het aanmaken van een klant omgeving worden een aantal klassen en attributen standaard aangemaakt.

In de praktijk is gebleken dat in een klant omgeving een of meerdere standaard aangemaakte attributen niet gewenst zijn en dus onzichtbaar moeten worden gemaakt. Dat kan in de modus Attribuut wijzigen, vinkje ‘Zichtbaar voor gebruikers’ uit te zetten.

Klasse aanmaken

In Ecmanage zijn een aantal klassen voorgedefinieerd nl:

  • PRODUCT

Gebruikt voor het definieren van maatwerk velden (Attributen) voor een afdeling of klant.

  • PERSON

Gebruikt voor het definieren van maatwerk velden (Attributen) voor een gebruiker of persoon.

  • ORDER

Gebruikt voor het definieren van maatwerk velden (Attributen) voor een bestelling.

  • COMPANY

Gebruikt voor het definieren van maatwerk velden (Attributen) voor een afdeling of klant.

  • ADDRESS

Gebruikt voor het definieren van maatwerk velden (Attributen) voor een adres.

In onderstaand schermvoorbeeld zijn de klassen met daaronder hun attributen zichtbaar in het linkerschermpje( boomstructuur).

Aan de rechterkant van het scherm wordt standaard het formulier getoond waarmee een nieuwe klasse kan worden aangemaakt.

image1

Door een item in de boomstructuur (linker schermpje) te selecteren kan deze, afhankelijk van welke gekozen wordt, een klasse of attribuut, aangepast worden.

Door knopje ‘Voeg attribuut toe’, kan een nieuw attribuut aangemaakt worden.

Attribuut aanmaken

image2

Hier kan een nieuw attribuut aangemaakt worden die hoort bij een bepaalde klasse.

<Taal>
Taal instelling
<Naam>
Naam van het veld die gebruikt wordt in de interface.
<Beschrijving>
Beschrijving
<Soort>
Soort
<Klassenaam>
Gekozen klasse
<Externe ID>
Het unieke externe nummer; zoals deze bekend is in het extern systeem.
<Validatie>
Validatie
<Verplicht>
Verplicht
<Doorzoekbaar>
Doorzoekbaar
<Zichtbaar voor gebruikers>
Zichtbaar

Attribuut wijzigen

Door een attribuut in de boom te selecteren, kan deze gemuteerd worden.

image3

Attribuut verwijderen

Door in het bovenstaand schermvoorbeeld het knopje ‘Bekijken’ te kiezen, wordt het detailscherm in alleen-lezen modus geopend. Hier is tevens het verwijder knop zichtbaar.

Opmerking:

Het verwijderen van een attribuut is alleen toegestaan als deze nog niet eerder gebruikt is (niet gekoppeld).

image4